PROSUMENTENTARIEF

NIEUWE TARIEFMETHODOLOGIE

Sinds 1 juli 2015 moeten prosumenten met een decentrale productie-installatie ≤ 10 kW én een terugdraaiende teller betalen voor het gebruik van het distributienet. Prosumenten zijn consumenten die zelf (een deel van) hun energie opwekken.

PROSUMENTENTARIEF

FORFAITAIRE BEDRAGEN:

Prosumententarief = Netvergoeding 2.0:
alleen voor PV ≤ 10 kW

Principe goedgekeurd in methodologie:
“de klanten van de netbedrijven, waaronder de prosumenten met terugdraaiende teller, betalen een solidaire en redelijke vergoeding voor de diensten van de netbeheerder”

Forfaitaire bedragen, verschillend per DNB

  • Basis: 28% eigen verbruik, 72% injectie PV-stroom
  • Bedrag per kW AC vermogen omvormer (cf. 2012)
  • Aanrekening door stroomleverancier
  • Vanaf 1 juli 2015, helft van volledig jaartarief
  • Geldig voor alle PV-installaties, ongeacht startdatum

Doorrekening

  • Terugverdieneffect terugdraaiende teller blijft; verhoging distributienettarieven = grotere besparing

RESCERT

SOORTEN RESCERT

De voornaamste troeven van een certificaat van bekwaamheid zijn:

  • Bewijs dat een persoon over de nodige competenties beschikt om hernieuwbare energie-systeem te ontwerpen en te realiseren.
  • Kwaliteitsgarantie: meerwaarde voor de werkgever of klant.
  • Erkenning in de drie Gewesten en in de andere Europese landen.
  • Zou gevraagd kunnen worden voor overheidsopdrachten/testaankoop.
  • Vrijwillig systeem in eerste instantie, maar overheidssteun kan op termijn aan deze certificaten gelinkt worden.
  • Belangrijk criterium vanaf 2014 voor de labelling van installatiebedrijven

     (bv. het kwaliteitssysteem van Quest & Construction Quality).

WWW.RESCERT.BE

Het certificaat van bekwaamheid (als aspirant) kan betrekking hebben op één of meer van de volgende zes categorieën van beroepsactiviteiten:

1.Fotovoltaïsche installaties, inclusief integratie in de dakbedekkingen

2.Zonthermische installaties voor sanitair warm water, inclusief integratie in de dakbedekkingen

3.Zonthermische installaties voor gecombineerde systemen
(sanitair warm water en verwarming), inclusief integratie in de dakbedekkingen

4.Gecentraliseerde biomassa-installaties (verwarming en/of sanitair warm water)

5.Warmtepompen (verwarming met of zonder sanitair warm water) met uitzondering van ondiepe geothermische systemen

6.Ondiepe geothermische systemen